Waarom onderzoek naar sporen van gebruik?

Een boek zonder sporen van gebruik is als een koffietafelboek. Mooi om naar te kijken en identiek aan alle andere smetteloze exemplaren van een zelfde editie. Een boek met sporen van gebruik heeft copy specific kenmerken, geen enkel ander exemplaar heeft dezelfde gebruikssporen. Het boek is gelezen en geannoteerd door een al dan niet bekende lezer, die aantekeningen, commentaren en andere teksten, tekens en symbolen op de dek- en schutbladen, op de titelpagina en bij de tekst achterliet. De verzamelnaam hiervoor is 'marginalia', een negentiende eeuws neologisme afkomstig van de Engelse dichter, criticus en filosoof S.T. Coleridge. Coleridge liet, behalve een eigen oeuvre, een bibliotheek vol boeken met annotaties na, die hij tijdens zijn leven uitleende aan vrienden om zijn eigen leeservaringen met hen te delen. Qua volume en inhoud absoluut niet marginaal. Zijn aantekeningen bevinden zich niet alleen in de marges van de tekst, maar op elk blanco deel van een pagina. Ook geleende boeken ontkwamen niet aan zijn annotatie-pen. H.J. Jackson bezorgde een kritische editie van Coleridge’s marginalia en schreef zelf een standaardwerk over het onderwerp  Marginalia: Readers Writing in Books. Het annoteren van teksten is een eeuwenoude bezigheid. Van glossen in middeleeuwse handschriften tot aantekeningen in hedendaagse digitale boeken. Andere sporen van gebruik zijn bijvoorbeeld eigendomsmerken en gebruiksschade. 

Gebruikssporen in boeken zijn alle toevoegingen na het drukken en binden, en laten zich onderverdelen in twee categorieën: gebruikssporen die te maken hebben met eigendom, en gebruikssporen al dan niet gerelateerd aan de tekst. 


Eigendomsmerken

Verzamelaars lieten hun familiewapen, monogram, naam of initialen aanbrengen op de band van een boek, plakten een gedrukt of getekend ex libris op het voorste dekblad of op één van de schutbladen, of schreven hun naam of initialen op één van deze pagina's of op de titelpagina. Onder eigendomsmerken vallen ook stempels en plaatsnummers van instellingen. Provenance onderzoek houdt zich bezig met de historie van eigendom en is nauw gelieerd met sociaal-culturele en historische disciplines.  


Gebruikssporen al dan niet gerelateerd aan de tekst

Marginalia zijn in het boek geschreven aantekeningen, zijn tekst gerelateerd en kunnen variëren van één woord tot pagina's volgeschreven met wetenschappelijk commentaar. Veel voorkomende vormen zijn vertalingen, verwijzingen naar andere teksten en inhoudsopgaven. Marginalia bevinden zich vaak bij de gedrukte tekst, maar staan ook wel op de dekbladen, schutbladen en andere blanco pagina’s in het boek. Non-verbale markeringen zoals onderstrepingen, manicules, asterisken, uitroeptekens, accolades en andere tekens en symbolen zijn tekst gerelateerd en staan altijd in de marge van de tekst of tussen de regels. Niet tekst gerelateerde aantekeningen, zoals een boodschappenlijstje of een op zichzelf staande tekst staan meestal op één van de blanco pagina's. 

Andere merken op de band en materiaal gebruikt voor het inbinden van het boekblok vallen niet onder de twee bovengenoemde categorieën, maar kunnen wel aanwijzingen geven over de periode en plaats van binden en kunnen zo een spoor vormen naar de eerste eigenaar. Gebruiksschade zoals uitgeknipte delen van een pagina en inktvlekken zijn een bewijs van gebruik maar laten zich moeilijk verder duiden.


Waarom onderzoek naar marginalia en provenance?

Onderzoek van gebruikssporen in boeken is een vrij jonge tak binnen de geesteswetenschappen. De hoeveelheid publicaties over het onderwerp is de afgelopen tien jaar flink toegenomen, met name in de Verenigde Staten en Groot Brittannië en ook in verschillende Europese landen. Nederland loopt achter, zowel in onderzoek en publicaties, als wat betreft de doorzoekbaarheid van de databases van de grote bibliotheken op eigendomsmerken en marginalia.

Waarom onderzoek doen naar marginalia en provenance? Alle disciplines die zich bezighouden met het verleden zijn gebaat bij het ooggetuige commentaar dat wij marginalia noemen en dat zich verdekt opstelt in boeken in bibliotheken. Een goed doorzoekbare (inter)nationale database met herkomstmerken en marginalia is van belang voor elk onderzoek. Voor de literatuurwetenschapper een instrument voor leesgedrag- en receptie-onderzoek. Voor de classicus een aanwijzing voor tekst-interpretatie. Voor de historicus inzicht gevend in het gedachtegoed van de betreffende periode. Als het gaat om muziekfragmenten dan zal de musicoloog geïnteresseerd zijn. Een taalkundige zou zinsconstructies van annotaties kunnen analyseren. Wat betreft eigendomsmarkeringen, deze kunnen in alle disciplines ingezet wordt voor inzicht in collectievorming en leesgedrag. Provenance en marginalia onderzoek beperkt zich niet tot oude boeken. Alle boeken met een bijzondere provenance geschiedenis of interessante marginalia hebben meerwaarde, zowel wetenschappelijk als economisch. Hierbij moet wel worden aangetekend dat een boek zonder gebruikssporen niet per definitie ongelezen is, maar wellicht door voorzichtige lezers gekoesterd. 

Steven van Impe merkt terecht op dat ‘het vruchtbaarste onderzoek gebeurt wanneer verschillende brontypes gecombineerd kunnen worden.’  (Van Impe 2008). Voor provenance en marginalia onderzoek zou bovendien kunnen gelden dat het vruchtbaarste onderzoek gebeurt wanneer verschillende disciplines samenwerken. Het analyseren van marginalia kan een scala aan interpretatiedrempels met zich meebrengen. Voor een gedegen interpretatie van een 16e eeuwse annotatie in het Latijn moet men tegelijkertijd boekwetenschapper, paleograaf, latinist, historicus en literatuurwetenschapper zijn. In het geval van beperkte deskundigheid biedt samenwerking met andere wetenschappelijke disciplines uitkomst.  

Voor titels en internetadressen van lopend onderzoek zie Bibliography en Links to Research and Databases

© pvanholthe 2011-2017